You are here

Home » Onderweg met het aidsteam

Reactie toevoegen

Onderweg met het aidsteam

10 juli 2001

Ik zit hier buiten bij de keuken van het ziekenhuis op een steen te wachten op het aidsteam. De bedoeling is dat we om 0.800 uur “exactly” vertrekken. Harrison, aids field manager/coördinator, die tevens verpleegkundige en fysiotherapeut is, heeft al drie keer gezegd: “ We can go”. Inmiddels is weer een half uur verstreken. Ik weet niet waarom we niet vertrekken. Hij inspecteert nogmaals de landrover die hij gisteravond al op voldoende brandstof gecontroleerd heeft. Hij zegt dat we iets missen en we rijden terug naar de workshop. Weer wachten. Het wachten geeft mij de gelegenheid om mijn dagboek bij te werken in het schriftje dat ik op de markt gekocht heb. Ik krijg rustig de tijd om over de gebeurtenissen van de vorige dag na te denken. Het is een uitstekende manier om te onthaasten. En het lijkt of het hier niet die consequenties heeft die het in Nederland altijd lijkt te hebben en ons zo op jaagt. Om kwart voor negen vertrekken we. Gertrude, de environmental health technician, een mannelijke Community Neighbourhood Health Worker waarvan ik de naam nog niet weet, sister Saza, Home Based Care en aids unit officer, Harrisson en ik. We slaan meteen rechts af een gravelpad in en na vijf minuten ben ik al aardig door elkaar gehusseld. Het is ongeveer 45 km naar onze eerste startplaats en Harrisson schat dat we daar 2 ½ uur over doen. Na een kwartier gereden te hebben op het gravelpad, volgen we een ander pad, steeds verder de bush in. Deze is aanmerkelijk smaller. Het landschap verandert; het wordt meer bossig, afgewisseld met steppen. We rijden in een slakkengang, soms stapvoets. Harrisson,die tevens onze driver is, doet alle moeite om kuilen in de weg en blootliggende boomstronken te ontwijken. Ook de bomen langs beide kanten van de weg vormen een obstakel.

We komen na een uur rijden in Intanda aan. Daar maken we kennis met de twee Home Based Caregivers die door het aidsteam het vorig jaar getraind zijn.(hierover later meer) Ze zijn te herkennen aan de omslagdoeken, waarop hun logo staat. Gekregen van het diocese in Ndola. Veel kinderen stromen toe om de enige blanke vrouw te zien. Ze willen graag op de foto. Het is een dorpje van slechts enkele hutten, gebouwd in de rondte. Er wordt overlegd welke cliënten bezocht gaan worden en na een kwartier vertrekken we samen met de twee vrouwen. We zijn nu met zeven man. Na nauwelijks een minuut gereden te hebben, horen we geroep. We stoppen. Twee mannen komen aangerend. Mulishaani?, mulishaani?, hetgeen “Hoe gaat het met u“, betekent. Iedereen wordt de hand gedrukt op Zambiaanse wijze. Het blijkt de chairman van het dorp te zijn met zijn assistent. Ze willen graag meerijden naar het volgende dorpje, waar we Gertrude en de CNHW moeten afzetten. Ze mogen instappen. Met negen mensen in de auto rijden we verder. Ikzelf met één bil op de bank en de andere leunend tegen de deur. Er verspreiden zich allerlei luchtjes in de auto. We rijden steeds verder de bush in, dwars door het hoge struikgewas. Al gauw is er helemaal geen spoor meer. Harrisson zegt: "Ton, these are our roads". Ik begin onderhand dorst te krijgen, maar durf mijn flesje met water niet te voorschijn te halen, zonder hen ook iets aan te bieden. Na 2½ uur rijden denk ik dat we er eindelijk zijn. Het blijkt slechts de plaats te zijn waar we Gertrude, de CNHW, de chairman en zijn assistent achterlaten. Er zijn problemen in het dorp die de chairman wil gaan bespreken. We stappen weer in de auto, richting onze eerste patiënt. We naderen een groep hutjes.

Een vrouw zit op een matje voor haar hutje, enigszins afgezonderd van de rest van de vrouwen. Kinderen kijken toe. De twee HBCgivers gaan naast haar zitten en praten met haar; dit alles in een sfeer van vertrouwen. Harrisson vertelt mij dat deze vrouw twee keer een CVA heeft gehad en nauwelijks meer kan lopen. Hij doet wat oefeningen met haar. Ik zie dat het haar pijn doet. Een eindje verderop kijken andere vrouwen en kinderen nog steeds toe. Op een vuurtje wordt gekookt. Kippen en hanen scharrelen vrij rond, in gezelschap van honden. Dit is het platteland van Afrika, waar de meeste toeristen geen weet van hebben en ook nooit te zien krijgen. Er wordt gediscussieerd wat met de vrouw te doen. Ze wil naar haar zuster in Mpongwe. Er zal zeker wat geregeld worden. We stappen weer in de landrover, richting de volgende cliënt. Onderweg komen we allerlei mensen tegen. Er wordt gestopt, een praatje gemaakt en gevraagd naar hoe mensen het maken en of het nodig is dat het aidsteam hen bezoekt. De twee vrouwen schijnen hier goed bekend te zijn. Even voor het volgende dorpje (het zijn meer nederzettingen) stoppen we bij twee vrouwen die langs de kant van de weg staan. Eén van de vrouwen blijkt de echtgenote te zijn van onze volgende cliënt. Zij vertelt dat haar man kortgeleden overleden is. Ze weet niet wat de doodsoorzaak is geweest. Deze man is echter bij het team bekend als aids-patiënt Er wordt overlegd. Er blijkt nog een vrouw van de overleden man in de buurt te wonen. Het team besluit om een gesprek te hebben met de twee vrouwen; zij kunnen immers ook besmet zijn en ziek worden. Bovendien heeft één van de twee vrouwen nog jonge kinderen van haar overleden man.

De twee vrouwen rijden met ons mee naar het dorpje waar de andere echtgenote woont. In een hut, waar het gesprek plaatsvindt, worden krukjes aangedragen, waarop we gaan zitten. Zasa en Harrison staan voor het dilemma of ze de twee vrouwen wel of niet moeten inlichten over het feit dat hun man aan aids gestorven is. Zij besluiten het wel te doen. De vrouwen lijken niet erg overstuur te zijn; waarschijnlijk hebben ze een vermoeden gehad. De vrouwen wordt een test aangeboden, waar ze mee in stemmen. Het hele gesprek vindt in vier verschillende talen plaats. De twee HBCgivers vertalen van Lozi in Bemba en van Lamba in Tonga. Maar alles gaat heel rustig en zorgvuldig. Na dit gesprek rijden we weer richting onze startplaats Intanda, waar we de volgende cliënt bezoeken. De weg er naar toe leggen we te voet af, via een smal paadje dwars door bos, steppeachtig gebied. In open landschap schijnt de zon onbarmhartig op mijn hoofd. Ik heb honger en dorst. Onze laatste cliënt is een vrouw met een kind dat epileptische aanvallen heeft. Niet duidelijk is in eerste instantie wat de oorzaak is en hoe ernstig de aanvallen zijn. Dit wordt door middel van vragen zorgvuldig geanalyseerd. Er wordt een behandeling voorgesteld. De andere kinderen die rondom de moeder hangen zien er ook niet florissant uit. Er zitten veel vliegen op de kinderen, vooral in de buurt van de oogjes. De huid ziet er droog en vies uit. Geen enkel kind heeft in deze dorpen schoeisel aan de voeten. Ook in dit dorpje leeft alles tezamen duiven, kippen, geiten en honden. We zijn weer een uur verder, wanneer we terug zijn bij onze standplaats. Voor het donker zijn we nooit thuis, maar niemand schijnt haast te hebben.

Het wachten is op Gertrude en de CNHW. Ze zijn per koerier op de fiets gewaarschuwd dat ze hier naar toe moeten komen, aangezien we onvoldoende brandstof schijnen te hebben om hen 10 km verderop op te pikken. De twee HBCgivers zijn druk in de weer met potten en pannen en lopen van de ene hut naar de andere. Het blijkt dat ons een maaltijd wordt aangeboden. Voor mij is dit wel heel speciaal. We worden uitgenodigd in de mooiste hut. Er staan wel 10 schalen afgedekt op de tafel. De bedoeling is dat we eerst onze handen wassen met het water uit de grote schaal. Zorgvuldig wordt een beetje water over mijn handen gegooid en zeep aangeboden. Buiten de schaal was je dan de handen, ervoor zorgend dat je niet met je natte zeephanden het water vuil maakt. De anderen willen per slot van rekening ook graag schoon water. De deksels worden opgetild en ik zie nsheema, kip en groente met groundnuts fijn gestampt. Het is voor de eerste keer dat ik dit eet. De anderen zijn ogenschijnlijk nieuwsgierig of ik mij eraan waag. Alles wordt met de hand gegeten en ze doen mij voor hoe ik dit het handigst kan aanpakken. De nsheema is zo heet dat ik bij het kneden ervan bijna mijn handen verbrand, maar het smaakt best lekker. Ik ben benieuwd of dit Zambiaanse eten mijn maag verdraagt. Aan de melk waag ik mij niet, evenals de drank die gebruikt wordt bij het eten. Ik hoor dat het "fresh milk is", dus waarschijnlijk niet gekookt en van een geit. Ik vraag waarom de vrouwen niet mee eten. Sasa vertelt mij dat dit een traditie is.

De gasten voelen zich meer comfortabel als zij een eerste keer alleen eten. Inmiddels komen Gertrude en de CNHW achter op de fiets aangereden. Ook zij moeten nog eten. Niemand heeft haast. Er wordt veel gepraat en gelachen. Na het eten duurt het nog geruime tijd voor we instappen. De CNHW, die een vrijwilliger is krijgt als dank een kip aangeboden. Deze wordt achter in de landrover gezet, maar hij springt er telkens uit. In middels zie ik de vrouw die naar haar zuster in Mpongwe wil, op een matje zitten. Iemand moet haar naar deze post gedragen hebben. Tegen vijven is iedereen eindelijk ingeladen, inclusief de kip. We kunnen rijden; dezelfde lange weg terug. De kip protesteert bij elke hobbel die we nemen. De avond is al aan het vallen en de zon kleurt prachtig het landschap. Dit is het Afrika waar ik van hou. Na een half uur stoppen we plotseling. Saza deelt flesjes drank en biscuit uit. Ik geef mijn flesje aan de zieke vrouw en haar begeleidster. Dankbaar kijken ze mij aan. Ik heb zelf nog wat water in mijn eigen flesje. Hier en nu stoppen lijkt mij niet zo verstandig, gezien de weinige brandstof die we nog hebben. En ja hoor bij de eerste start lukt het niet om de auto aan de praat te krijgen. Gelukkig start hij vervolgens wel. In het donker brengen we de vrouw naar haar zuster en vijf minuten later arriveren we bij het ziekenhuis. Het is inmiddels zeven uur. Vies en stoffig, maar voldaan stap ik uit de landrover en loop naar mijn hutje.

Undefined

Filtered HTML

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te testen of u een menselijke bezoeker bent om spam inzendingen te vermijden.